Sierduiven
J.Luchtmeijer

DUIVEN EN DUIFHUIZEN OP DE CYCLADEN


De eilandengroep de Cycladen in de Egeïsche Zee.


De Cycladen zijn een groep eilanden gelegen in de Egeïsche Zee ten oosten van Griekenland en ten westen van Turkije. De naam van deze eilanden is afgeleid van het woord “kyklos”, wat cirkel betekent. De eilanden liggen in een cirkel om het heilige eiland Delos of Dhilos.
In totaal zijn er 56 Cycladische eilanden. Slechts 24 zijn bewoond. Het zijn meestal rotsachtige en droge eilanden, behalve Andros, Náxos en Kéa. Deze hebben wel bossen en weelderige valleien.


Mykonos, zicht vanuit zee.

Mykonos, fraaie oude windmolens.


De Cycladen zijn bij toeristen vooral bekend om hun fraaie stranden en schilderachtige dorpen en stadjes.

Er zijn echter ook de nodige culturele bijzonderheden te vinden.


Typische voorbeelden van de Cycladische kunst van 3000 jaar voor Christus.


Op sommige eilanden zijn nog overblijfselen aanwezig uit oude culturen.

Zo werden er resten gevonden van een hoog ontwikkelde cultuur van omstreeks 3000 jaar voor Christus.

Bekend uit deze cultuur zijn de witmarmeren beeldjes van vrouwenfiguren, die een inspiratiebron vormden voor veel moderne kunstenaars, zoals Henry Moore, Modigliani en Picasso.


Delos, één groot openluchtmuseum.


Op veel eilanden worden nog ruïnes van tempels, theaters en woningen uit de Oude Griekse en Romeinse tijd aangetroffen.

Het eiland Delos bijvoorbeeld is onbewoond, maar een belangrijke plaats van archeologische vondsten uit de Griekse en Romeinse tijd, het is één groot openluchtmuseum.


Tinos, drie in het landschap verspreid staande duifhuizen.


Maar voor de duivenliefhebber zijn vooral de wel erg bijzondere en fraaie duifhuizen interessant. Ze staan er nog in grote getale en worden "peristeriónes" genoemd. Ze zien er zeer opvallend, maar steeds goed herkenbaar uit en zijn meestal verblindend wit geschilderd. Vreemd genoeg zijn ze vaak ver van de woningen van de bewoners gebouwd, op de hellingen van heuvels.

De meest bijzondere en verfijnde staan op het eiland Tinos, de eenvoudigste maar grootste op het eiland Andros.


Tinos, enkele duifhuizen.


Alle duifhuizen zijn gebouwd in dezelfde simpele stijl net zoals alle andere gebouwen op de Cycladische eilanden.

Maar door hun rijkelijk met platte stenen versierde muren, overgoten door zonlicht, zien deze kleine gebouwtjes eruit als kleine kerken of kathedralen.

Het moet vroeger een erg indrukwekkend gezicht zijn geweest, toen al deze duifhuizen nog bewoond werden door ontelbare duiven, die aan- en afvlogen. De meeste nog overgebleven exemplaren wachten slechts op hun volledig verval, enkele zijn goed onderhouden of gerestaureerd.


Vervallen duifhuis op Paros, op de achtergrond is duidelijk

de invloed van de duifhuizen op de moderne bouw te zien.


Je kunt je afvragen waarom de bouwers zo'n fraaie vorm aan hun duifhuis gaven. Ze lijken zo op de kleine kapelletjes die ze voor hun heiligen bouwden in de afgelegenheid van een eiland .

Dezelfde vragen worden gesteld bij de overgebleven duifhuizen in de Nijl-vallei. Groot en stevig als verdedigingstorens zijn deze ook van een bijzonder ontwerp, scherp contrasterend met de simpele, arme bouw van de Egyptische boerenbehuizing.

Maar noch de Egyptische boer, noch de huidige mens kan een antwoord op deze vraag geven.


Geschiedenis

In de literatuur is bewijs gevonden dat duiven in het Oosten de eerste vogels waren die gedomesticeerd werden. Hun gewoonte om te nestelen in hoge ruïnes of afgelegen heiligdommen deed ze wennen aan de mensen. Tempelpriesters beschouwden ze als heilige dieren en beschermden ze. Zo werden ze geleidelijk tam en vertrouwden ze zich toe aan de mensen.


Witmarmeren duivenvaas met kleine duiven als versiering,

3000 jaar voor Christus.


Van het Verre Oosten vonden de tamme duiven hun weg naar Griekenland. Mogelijk namen Fenicische zeevaarders die een liefde voor duiven hadden ze in eerste instantie mee naar Cyprus, waar ze werden gewijd aan Aphrodite. Hun volgende rustplaats was de Cycladen. De Feniciërs waren de belangrijkste zeevaarders en handelaars in het Middellandse Zeegebied tussen 1500 en 400 voor Christus. Ze stichtten overal in dit gebied kolonies.

Er zijn echter al afbeeldingen van duiven gevonden die veel ouder zijn. Zo bestaat er een duivenvaas uit de oude Cycladische cultuur van 3000 jaar voor Christus, maar hier kan het ook om wilde duiven of tortelduiven gaan.


Paros, duivenbeeldjes uit het Heiligdom van Apollo en Artemis te Delion,

8e tot 6e eeuw voor Christus.


De gehele oude Griekse wereld (1200 tot 200 voor Christus) vereerde de duif als een erotisch symbool. Priesters gebruikten ze bij hun voorspellingen. Ze bouwden huizen voor hen en sponnen talloze mythen om hen heen. Homerus ( 800 - 750 voor Christus) schreef alleen over wilde grijszwarte duiven, maar alle latere schrijvers vermeldden duiven meer in het algemeen en Aristoteles (384 - 322 voor Christus) maakte een gedetailleerde studie van hun gewoonten.


Delos, standbeeld van een duif uit het Heraion,

5e eeuw voor Christus.

Delos, mozaïek met duiven,

2e eeuw voor Christus.


Maar ook tijdens de Romeinse overheersing van Griekenland (van 197 voor, tot 395 na Christus) moeten duiven geliefd zijn geweest. Uit die tijd zijn namelijk nog enkele mozaïeken gevonden waarop duiven zijn afgebeeld, o.a. op Delos.


Tegelijk met de nieuwe Christelijke godsdienst kwam er, opnieuw vanuit het Oosten, een hernieuwde toewijding aan de duif. Het was de duif die met een olijftak in zijn bek vloog en boodschappen van vrede bracht. Christus werd als duif afgebeeld en zelfs de Heilige Geest. Maar de duif bleef niet alleen een godsdienstig symbool. De Grieken vergeleken het liefdesspel van twee duiven met de liefde die twee mensen voor elkaar tonen. Bovendien werd de duif het onderwerp van hun gedichten en hun dromen, een motief voor hun kunstwerken.


Tinos, twee fraaie exemplaren, rechts erg goed verzorgd.


Naast andere privileges introduceerden de Venetianen bij hun komst op Tinos en Andros aan het eind van de 14e eeuw het "Droit de colombier", of wel het duifhoudersrecht, hetgeen gebruikelijk was in het middeleeuwse Europa. Alleen lieden met toestemming hadden het recht een duifhuis op te richten. Op deze manier was er een sociale situatie ontstaan met ongeschreven wetten die enkele eeuwen voortduurde. De boeren op het eiland die gedwongen werden het land van de landeigenaren te bewerken, moesten ook zijn  duifhuizen bouwen, ze witten en voor de duiven zorgen die hen niet toebehoorden. De schade die de vogels onder hun producten aanrichtten kwam voor hun rekening, een soort van indirecte belasting. Het enige materiële voordeel voor de boeren was het gebruik van de overvloedige uitwerpselen die zich ophoopten in de duifhuizen en de arme grond op de eilanden had een grote behoefte aan zo´n rijke mest.


Tinos, duifhuizen in overvloed.


Toen de Venetiaanse veroveraars zich in de 15e eeuw terugtrokken uit het Egeïsche gebied, bleven de duiven onopgemerkt, genietend van hun vredig bestaan.

Ze voedden zich in de zomer met graan en in de winter met de pitten en schillen van de druiven die de boeren overhielden na het druivenpersen en in de zon uitspreidden om te drogen.


In Andros, een eiland met een aristocratische traditie ging het land met de Venetiaanse privileges over naar de voorname plaatselijke families. Zo verkregen zij op hun beurt het recht duifhuizen te houden, een recht oorspronkelijk verbonden aan adel en rijkdom. Maar aan het eind van de 19e eeuw begonnen de voorname families het eiland te verlaten voor steden elders. Hun landhuizen werden afgesloten en hun duifhuizen verloren langzamerhand hun gevederde bewoners.


Tinos, een zeldzaam rond duifhuis.

Paros, ook hier fraaie exemplaren.


Toen de Venetianen Tinos verlieten en het land terugkwam in de handen van de plaatselijke boeren, werden overal op het eiland meer duifhuizen gebouwd. Een groot aantal nieuwe werd gebouwd gedurende de 18e tot ongeveer het midden van de 19e eeuw.


De Cycladische bevolking van Tinos, Andros, Siphnos en Mykonos bouwden hun duifhuizen buiten hun dorpen, op plaatsen die beschut waren tegen de wind, maar met een open uitzicht wat gemakkelijk was voor de uitvlucht van de duiven. Ze bouwden ze dicht bij waterbronnen en beken of in koele valleien en plattelandstuinen, in de dicht beplante plantages rond de villa´s op Andros, op de malse groene bergruggen van Siphnos of bij de tarwevelden op Tinos. Op al deze plaatsen kwam de duif gemakkelijk aan water en het beste voedsel: vruchten en graan en de zaden van wilde planten.


Negentiende eeuwse reizigers maakten met bewondering melding van de kapellen en duifhuizen die verspreid stonden over het gehele platteland. Zij vermeldden dat na het vertrek van de Venetianen Tinos het best beheerd was van de eilanden die ze eens bezetten. De ijverige boeren hielden zorgvuldig de goede gronden in stand van de overigens stenige bodem en ze verbouwden rijke oogsten graan en peulvruchten en produceerden wijn en vijgen in overvloed.

Elke boer had zijn aloude droom om een eigen duifhuis te bezitten. Duifhuizen werden daardoor zo talrijk dat ze in de Turkse tijd (1453 - 1821) opgenomen werden in de Turkse volkstellinglijst van gebouwen en toegevoegd werden aan het fiscaal budget van het eiland, samen met bijenkorven, als “industriële werkplaatsen”. Iedere bezitter van een duifhuis betaalde een verplichte jaarlijkse belasting van 1 piastre.

De romantische duif werd nu een handelsartikel. Gedurende de zomer werden de duiven gevoerd en gemest en in de herfst werden ze geslacht, ingemaakt in olie en azijn en verscheept in aardewerken potten naar markten in Smyrna en Constantinopel en andere grote steden. Daar waren ze een gewilde, maar kostbare lekkernij.


De tijden en het leven veranderden en oude gewoontes stierven uit. De verminderde welvaart van de eilanden, oorlogen, pest en het volslagen gebrek aan consideratie van de kant van jagers, dit alles eiste zijn tol van de duiven. Tegen het einde van de 19e eeuw waren de meeste duifhuizen leeg. De tijd hielp mee met de verwoesting van deze nestplaatsen en de dorpelingen hadden niet de financiële middelen ze te onderhouden. Ondanks dat staan er nog ongeveer achthonderd in hun verloren schoonheid, herinneringen aan vergane glorie.


Mykonos, duifhuis dat nog in gebruik is, zijkant.

De voorkant.


Een van de bewoners.

Fraaie uitvlucht.


Bouw duifhuizen

Nergens in het gehele Egeïsche gebied staan er twee identieke duifhuizen. Hun bouwers imiteerden elkaar nooit. Alle zijn van een rechthoekig ontwerp met twee lagen en zelden zijn ze verbonden met andere gebouwen.

De begane grond die bereikt wordt door een lage houten deur, bevat een smalle ruimte die door de boeren gebruikt wordt als voorraadschuur.

Een inwendige houten trap leidt door een trapgat naar de verdieping. Hier zijn de wanden bekleed met smalle stenen nestvakken waar de vogels hun eieren kunnen leggen en broeden. De vloer is geplaveid met lange stenen platen, dezelfde als gebruikt worden voor het plafond en de onderzijde van het vlakke dak, dat aan de buitenkant afgewerkt is met aangestampte klei.

Lage zuilen zijn opgericht op de hoeken van het dak of langs zijden ervan en zijn dikwijls afgewerkt met bizarre motieven. Sommigen zeggen dat ze de grillen van hun ontwerpers weergeven en dat het coördinatiepunten zijn waarmee de duiven hun eigen woonplaats zouden herkennen. Anderen houden ze voor talismannen om roofvogels af te schrikken. Een ding is zeker: duiven strijken er graag op neer.


Tinos, een wel erg mooi en goed onderhouden duifhuis.

Detail met o.a. zonnewiel en cypres.


De kleine openingen waardoor de vogels het duifhuis in- en uitgaan vormen de basis van de bijzondere versieringen aan de buitenkant van de muren.

De dunne stroken marmer of de natuurlijk gevormde platte plaatjes steen die de driehoekige openingen vormen, steken uit het wandoppervlak, waardoor er een gebeeldhouwd effect ontstaat.

Om louter decoratieve redenen worden de driehoekige figuren van deze plaatjes over de hele muur herhaald in een eindeloze variatie in combinaties van driehoekige patronen. In  deze composities zijn de meest geliefde motieven in de Griekse kunst zichtbaar: de ruit, het zonnewiel en de cypres.

De schitterende Egeïsche zon versterkt de witheid van de muren en accentueert de driehoekige uitsteeksels: de donkere schaduwen binnenin de driehoekige ruimtes worden nog donkerder. Dit versterkte licht en donker presenteert een subtiel spel van licht en schaduw: het duifhuis wordt onstoffelijk, het neemt de geest van de duif aan, krijgt vleugels en zweeft omhoog in de blauwe lucht.


Tinos, Panagía Evangelístria, duif als Heilige Geest

op een fontein.

Tinos, Panagía Evangelístria, duif met nest in

de kerkmuur.


Slechts weinig duifhuizen worden nu nog bewoond. De weinige duiven op de eilanden hebben weer hun toevlucht moeten zoeken naar de heiligdommen.